het landschap moet een handje geholpen worden
oerkrachten vormden ’t landschap
water, vuur, ijs,stormen, de aarde en haar bevingen,
zetten rigoureus in
en de mens droeg om één voor twaalf
een steentje bij
op postzegelformaat
sporen van de allereerste boerderij,
paalwegen , karresporen op de hei,
Celtic Fields , grafheuvels
terpen
tastbaar aandenken aan de mens
in het landschap
later, veel later nam de mens meer ruimte in
veldheren bouwden schansen, stedelingen wierpen wallen op
groeven grachten
boeren ontgonnen woeste gronden
waterbouwers legden het water hun wil op
polderen kreeg hiermee een
permanente plek in ons DNA
de lage landen bij de zee
die delta, die rivieren
die afvoerput van Europa
dat stronteigenwijze land
van klei,veen en zand
bezongen door dichters
vereeuwigd door schilders
ons vlakke land
ons vlakke landschap
een landschap dat je kunt lezen:
dan worden eeuwenoude ingrepen
verhalen ,inzichten,
geschiedenis wordt zichtbaar voor je voeten
en kun je er niet meer omheen…
als je het verleden in het landschap niet kunt lezen
hoe moet je je dan verhouden tot het heden
in de avondschemering
in ’t weiland
staan tien, twaalf pinken in een kring
van nevel
en steken met kop en schouders
boven een voormalig ven uit
onzichtbaar wordt zichtbaar
kinderen van tien, elf
verkennen
een geheimzinnig, ontoegankelijk bos
een heuvel met bomen begroeid
omkranst door een gracht
een laat middeleeuws kerkhof……
vergeten wordt weten
de toerist, die
een nieuw landschap leest
proeft de sfeer
legt verbanden
en ziet en voelt
hoe het hier eens is geweest
voor een landschapsarchitect
is er werk aan de winkel
want we kunnen het kennelijk niet
op eigen houtje
waar eeuwenlang de mens
het landschap geduldig inrichtte,
aanpaste, naar zijn hand zette,
een tijd van meten met de menselijke maat
waar ’t om voeten, ellen, palmen en duimen draaide;
zijn er nu zieners nodig
die ons de ogen moeten openen
we zijn vergroeid met
steppen met raaigras
velden vol verschraling
monucultuur
uitputting
verzuring
vermesting
één grote vergissing
het landschap moet een handje geholpen worden….
laat de landschapsarchitectuur
beleidsmakers, boeren , burgers
belangengroepen
voortdurend een spiegel voorhouden
koester sporen in het landschap
laat het geen littekens zijn
in grafheuvels draaien de ouden
zich al te lang om en om
lees het boek ‘Van Jeruzalem tot Ezelakker’
over de tijd dat toponiemen
vanzelfsprekend onderdeel vormden van
de leefomgeving
een stortvloed aan veldnamen:
namen voor sloten, vennen,
akkers, meenthen, essen, stuwwallen,
plassen, paden en wegen
bosjes, heidevelden, boswallen
en zelfs boerderijen
namen waar je
de geschiedenis van eeuwen her
in door hoort klinken
zelfs in nieuwbouwwijken
ver verwijderd van stads- en dorpskernen
waar je al te gemakkelijk verdwaalt
en het verleden nog net niet is ingehaald
de landschapsarchitect is
cartograaf archeoloog
boer en geoloog
in één persoon
en wil gewapend met een drone
als een vogel
het juiste perspectief vinden
om het broodnodige werk te verrichten
en gelukkig het gebeurt:
bij de Vecht,
parel der rivieren
met haar stuifduinen
en roodbont wadend vee
eertijds toneel van de slag bij Ane
staat nu een postuum opgericht bolwerk
bij Collendoorn
raakpunt tussen heden en verleden
geometrie
opgetild in het landschap, onderdeel
van een nooit gebouwde verdedigingslinie,
de Mandercirkels
bij Tubbergen
op het Manderveld
van landbouwexperiment
naar mysterieus landschap ,
magisch
als voortdurende verstilde cirkels
met jeneverstruiken in de rol van
standing stones
laten we Nederland
van boven bekijken
oude en nieuwe kaarten over
elkaar heen leggen
het onzichtbare zichtbaar maken
het ondenkbare denkbaar
nog lijkt de wereld maakbaar
Steenwijk, 27 november 2024, Theo van de Bles
